De meteorologie in de Franse Periode (1794-1815) en de Hollandse Periode (1815-1830)

Inleiding

De Franse revolutie in 1789 en de daarop volgende revolutionaire periode met oorlogen over gans Europa, veroorzaken een breuk in de meteorologische waarnemingen. De waarnemers uit het "Ancien Régime", die dikwijls uit de rangen van de adel komen, en de geleerde genootschappen verdwijnen van het toneel.
De motivaties voor het uitvoeren van meteorologische waarnemingen zijn namelijk:

  • onderzoek van de relatie tussen weer, klimaat, omgeving en gezondheid met als ultiem doel een medische topografie van een stad of streek op te stellen,
  • ontwikkeling van de agro-meteorologie om de relatie tussen landbouw en klimaat te onderzoeken.

Deze motivaties krijgen nieuwe impulsen. Tevens ontstaan er ook nieuwe redenen die hand in hand gaan met: 

  • de ontwikkeling van de statistiek en het belang dat de Franse Republiek, Consulaat en Keizerrijk eraan hechtte,
  • het belang van de weersituaties bij de nationale en internationale handel.

De nieuwe gezaghebbers bevelen om meteorologische waarnemingen te maken op het gebied van deze twee redenen.

Tijdens de Hollandse periode (1815-1830) speelt de landbouw een belangrijke rol voor de meteorologische waarnemingen. Jan Kops (1765-1849), hoogleraar in de landhuishoudkunde aan de Universiteit van Utrecht, geeft een publicatie onder de naam "Jaarlijkse staat van de landbouw in de Nederlanden" uit. Deze bevat uittreksels van weerkundige waarnemingen, ook uit de Zuidelijke Nederlanden. Aan de universiteit te Luik, die door koning Willem I in 1817 gesticht wordt, bloeit de meteorologie in het kader van de geneeskunde.

 

Weerkundige waarnemingen van het jaar 1822 gedaan te Luik door Louis-François Thomassin (1768-1825) en gepubliceerd door Jan Kops in de "Staat van den Landbouw in het Koningrijk der Nederlanden, gedurende den jare 1822".

1792

Door het decreet van 18 augustus 1792 schaft de Franse wetgevende Vergadering de universiteiten, faculteiten en de geleerde genootschappen af. Dit betekent het einde van de meteorologie in het "Ancien Régime". De nieuwe republikeinse genootschappen kennen een trage start  en dikwijls maar een kortstondig bestaan.

 

1795

Op 30 september 1795 wordt de "Société de Médecine, Chirurgie et Pharmacie de Bruxelles" gesticht. De publicaties van dit genootschap bevatten topografische gegevens van Brussel, weerkundige waarnemingen en de heersende ziekten.

Dit genootschap heeft maar een korte levensduur en wordt op 3 juli 1804 vervangen door de "Société de Médecine de Bruxelles". Het reglement van dit nieuwe genootschap zorgt voor het opmaken van een medische topografie van Brussel door Duval, arts in het militaire hospitaal, en voor het uitvoeren van meteorologische waarnemingen door De Strooper, apotheker in de Nieuwstraat te Brussel.

 

1796

Pollard [de Canivris] (1765-1828) publiceert in de Luikse krant: "L’Esprit des journaux françois et étrangers" een landbouwkundige kalender die gebaseerd is op meteorologische waarnemingen van 1790 in Leuven. Het werk van de Zweedse botanicus Carl von Linnaeus (1707-1778) speelt hierbij een belangrijke rol.

 

1800

Een zeer zware windstorm trekt op de "18de Brumaire An IX van de Republikeinse kalender" [= 9 november 1800], over het noorden van Frankrijk en richt ook bij ons grote schade aan.

 
De historici stellen: "… la tempête du 18 Brumaire an IX: l’inscription du politique dans le météorologique".

1801

De Franse minister van Binnenlandse Zaken, Jean-Antoine Chaptal (1756-1832) geeft op "15 germinal van het republikeins jaar IX" (= 15 april 1801), een brief rond waarin staat dat de prefecten zich dienen bezig te houden met de statistiek van hun departement. Dit houdt in dat de prefecten een topologische beschrijving, de meteorologie en een "mémoire statistique" van hun departement moeten opstellen. Tevens was de publicatie bestemd voor het ministerie van Binnenlandse zaken, waardoor deze "mémoires statistiques" ook terecht komen in de diverse "almanachs" en "annuaires".

 

Jean-Antoine Chaptal (1756-1832), Minister van Binnenlandse Zaken in Frankrijk.

De meteorologie dient gebruik te maken van de waarnemingen uit het "Ancien Régime". In het Dijledepartement duiken  de gegevens van de Poederlé, Mann en Chevalier terug op. Een manier om aan nieuwe meteorologische gegevens te geraken, is het doorgeven van deze opdracht aan de "Écoles Centrales" waardoor de meteorologie ten dienste komt te staan van de Franse Republiek, Consulaat en Keizerrijk.

 

1802

De Franse drukker Louis Antoine Charles Le Poittevin de la Croix (1753-1839), afgekort als L.P.X., start in februari 1802 met meteorologische waarnemingen in Antwerpen. L.P.X. is tevens het hoofd van de douane in de Antwerpse haven. In zijn krant, "Journal du Commerce d’Anvers", die twee maal per week verschijnt, worden per dag 3  klimatologische waarnemingen weergegeven voor de periode oktober 1803 tot en met december 1810. Dit initiatief is een duidelijk bewijs van het belang dat gehecht wordt aan de meteorologie voor handel en zeevaart.

 

Weerkundige waarnemingen door L.P.X. te Antwerpen eind december 1809 en gepubliceerd in de "Journal du Commerce" op dinsdag 2 januari 1810.

In de nacht van 21 januari 1802 treft een overstroming Antwerpen, waarbij het water van de Schelde voortgedreven door de noordwestenwind, de lage kwartieren aan de ruien en de vlieten binnenstroomt. Buiten de stad staan de polders blank.

De Pontécoulant, Prefect van het Dyle Departement, stelt een vraag aan de "Société de Médecine de Bruxelles" over de onrustwekkende toename van het aantal sterfgevallen in het tuchthuis te Vilvoorde. De aangestelde commissarissen waren: Duval, Francois-Antoine Curtet en Fournier. Volgens hun rapport ontstond er een "typhode" koorts of typhus door de koude en vochtige atmosferische omstandigheden.

 

Het correctiehuis (later het tuchthuis van het leger) te Vilvoorde. (Copywright Cheetah_flicks www.flickr.com)

1806

Op 1 januari 1806 overstroomt het Schipperskwartier in Antwerpen bij springtij.

 

1808

De stormvloed van de nacht van 14 op 15 januari 1808 veroorzaakt grote schade in Vlissingen. In de stad staat het water 2 tot 6 à 7 meter hoog en 29 bewoners verdrinken. In Zelzate overstroomt veel land en vallen er een twintigtal doden. In Antwerpen is het water 18 duim hoger gestegen dan men het ooit gezien heeft. Het water stijgt zelfs tot aan het kooraltaar van de O.L.V.- kerk.

 

De Palingstraat te Vlissingen in Zeeland tijdens de watersnood van 14 op 15 januari 1808.

1815

Na de ontsnapping van Napoleon op het eiland Elba, krijgen de "honderd dagen"  een beslissende wending tijdens de slag van Waterloo op 18 juni 1815. Wanneer Napoleon op 15 juni België binnenvalt, had het geregend. De slag van Ligny van 16 juni, die door de Fransen gewonnen werd, wordt beëindigd in een hevige regenbui. Ook een gedeelte van het verspreide Engelse leger haast zich in de pletsende regen naar Waterloo, de plaats waar Wellington het gevecht plant. Op de dag van de grote slag ligt het slagveld er doorweekt bij, wat de beweging van het aanvallende Franse leger en vooral zijn artillerie sterk hindert. De rest van het verhaal is wel bekend.

Uit meteorologische waarnemingen gedaan in Mechelen, lezen wij voor een dag in juni 1815:

 
"Vent Sud-Ouest, ciel serein, beau temps, Canonade terrible entendue à Malines, Anvers"

De slag bij Waterloo op 18 juni 1815.

1816

Klimatologen beschrijven het jaar 1816 als "The Year without Summer" omdat de zomer van 1816 koud is en gepaard gaat met overvloedige regen, gevolgd door overstromingen van de Schelde. Deze koude en natte zomer is te wijten aan de uitbarsting van de Tamboravulkaan op het eiland Sumbawa in Indonesië in april 1815.

 

De Tambora vulkaan op het eiland Sumbawa in Indonesië.(copyright: Jialiang Gao (peace-on-earth.org)www.wikipedia.org)

In Gent schrijft Mulle: " ... de buitengewoone en overvloedige regens in 1816, en die rampspoedige overstroomingen in Vlaanderen te wege gebracht heeft; waar uyt gevolgt is dat in de Nederlanden de vruchten niet gelukt zyn, en daar door dien smertelyken dueren tyd."

Het Dalton Minimum (1790-1820) is een periode met lage activiteit van de zon (zonnevlekken), die gepaard gaat met een lagere dan de normale gemiddelde globale temperatuur.

 

1818

Victor-Joseph François (1790-1868), arts te Bergen in Henegouwen, start in 1818 met dagelijkse medico-meteorologische waarnemingen. Deze reeks is belangrijk omdat ze een vrij lange overlapping met de waarnemingen van Adolphe Quetelet op de Koninklijke Sterrenwacht van Brussel vertoont. Spijtig genoeg zijn er in de reeks een aantal hiaten en wordt deze gestopt in 1838 wanneer François tot professor in de Geneeskunde aan de Leuvense universiteit benoemd wordt.

Het Koninklijk Besluit nr. 60 van Koning Willem I, gedateerd op 18 februari 1818, voert het Amsterdams Peil (A.P.) in als algemeen vergelijkingsvlak waardoor de rivieren éénzelfde peil krijgen. De waarnemingen aan de peilschalen op de Maas in Maastricht en Luik worden ten opzichte van het A.P. uitgedrukt.

 

1819

Adolphe Quetelet verdedigt aan de Universiteit Gent zijn eerste doctoraatsthesis met een scriptie over kegelsneden op 24 juli 1819.

 
De titel van de thesis luidt: "Dissertatio de quibusdam locis geometricis nec non de curva focali".

Titelpagina van de doctoraatsscriptie van Adolphe Quetelet verdedigd op de 24e juli 1819 aan de Universiteit te Gent.

Op 2 november 1819 valt er in Blankenberge rond14.30 uur, onder betrokken hemel en een wind uit het westen, een hevige neerslag met een rode kleur. Het fenomeen zorgt voor enige opschudding bij de inwoners die de regen als een bloedregen beschouwen. Isaac-Joseph De Meyer en Philips De Stoop, chemici te Brugge, analyseren de neerslag en detecteren er kobaltchloride in. Het nieuws verspreidt zich over heel West-Europa.

 

1822

Adolphe Quetelet en Germinal Pierre Dandelin (1794-1847) publiceren in 1822 de zogenaamde "Belgische stellingen" over de kegelsneden.

Adolphe Quetelet en Jean Kickx krijgen van de Koninklijke Academie de opdracht om een wetenschappelijke studie te maken over de grotten van Han-sur-Lesse. Ze publiceren samen het rapport.

 

1822-1828

Jean Kickx (1775-1831), apotheker te Brussel, maakt meteorologische waarnemingen in de wijk "Meyboom" en publiceert een overzicht van deze waarnemingen in zijn "Mémoire sur la géographie physique du Brabant méridional".

 

1827-1828

Joseph-Nicolas Comhaire (1778-1837), professor in de geneeskunde aan de universiteit te Luik, publiceert meteorologische waarnemingen in het geneeskundig tijdschrift "L’Observateur médical". Deze reeks zet de waarnemingen van Fallise, J.-F. Thomassin en J.-N. Comhaire te Luik zelf verder.