Het ozongat boven de prinses Elisabeth-basis op Antarctica

Zoals bij de vorige campagnes werd ook dit jaar de ozonspectrometer opgesteld bij aankomst van onze collega's Quentin Laffineur (KMI) en Christian Hermans (BIRA) op de Antarctische basis Prinses Elisabeth.

Dit jaar keken we erg uit naar de eerste gegevens betreffende de dikte van de ozonlaag omdat uit internationale waarnemingen reeds bleek dat het ozongat bijzonder groot was. Het ozongat is de zone waar de dikte van de ozonlaag minder dan 220 DU (Dobson Units) is; normale waarden zijn rond de 320 DU.

Bovendien was de polaire vortex die mee aan de basis van de vorming van het ozongat ligt bijzonder stabiel. De eerste metingen van eind november vertoonden waarden van 170-180 DU. Op de figuur hieronder zien we dat ook tijdens de eerste dagen van december de dikte van de ozonlaag onder de 200 DU bleef. Het is uitzonderlijk dat deze situatie blijft aanhouden tot in december. Het is dan ook de eerste keer sinds de campagnes van het KMI op Antarctica dat we dergelijke lage waarden meten. 

 

Dr. Quentin Laffineur van het KMI.

De bijbehorende uv-index is dan ook bijzonder hoog.

Zo werd op 4 december een uv-index van meer dan 12 gemeten (zie de figuur hieronder).

Ter vergelijking: In België zijn waarden boven de 8 zeer uitzonderlijk. Uv-indexwaarden van 12 en meer komen verder enkel voor in de tropen of op extreme hoogten (Himalaya).

Een uv index boven 10 betekent dat onbeschermde huid binnen minuten zal verbranden.

 

Op 4 december werd een uv-index van meer dan 12 gemeten.

De twee wetenschappers installeerden ook weer, net zoals tijdens de vorige Antarctische zomer, een systeem van radiopeilingen die aan een weerballon opgelaten worden. Iedere tweede dag om 12.30 u. lanceren ze een ballon die de luchtdruk, de luchtvochtigheid, de temperatuuur, de windsnelheid en de windrichting meet, in functie van de hoogte. De verkregen gegevens zijn erg van nut bij weervoorspellingen en bij analyses van de atmosfeerdynamiek.

 

Onze collega's op Antarctica