De droogte: huidige toestand

Sinds de lente heerst er een droogte over België en een groot gedeelte van Noord- en West-Europa.

De droogte komt tot stand door een combinatie van weinig neerslag enerzijds en veel verdamping anderzijds. Al sinds het begin van deze lente hebben we vaak te maken gehad met terugkerende en lang aanhoudende blokkades, die ervoor zorgen dat Atlantische regenzones ons niet weten te bereiken. Hogedrukgebieden bevonden zich vaak boven de Atlantische Oceaan, tot Groot-Brittannië en Scandinavië. In het zuiden en oosten van Europa was er vaak weinig drukgradiënt of waren er soms (thermische) lagedrukgebieden, die daar voor de nodige buien zorgden. Deze configuratie stuurde vaak noordelijke tot oostelijke droge landlucht naar ons land. Dankzij de stabiliserende werking van het nabije hogedrukgebied scheen de zon bovendien meer dan normaal, vooral in de maanden mei en momenteel in juli. Mede hierdoor werden ook langdurig bovennormale temperaturen genoteerd.

 

Illustratie van de blokkade boven de Atlantische Oceaan.

Tussen twee episodes van blokkades door konden soms fronten ons wel bereiken, vaak in verzwakte vorm. Soms schoof de onstabiele luchtmassa van Centraal- en zuidelijk Europa wat meer noordwaarts, waardoor er vooral in de zuidelijke landshelft soms buien vielen die lokaal voor neerslag zorgden. Dit was vooral in de maand mei en het begin van juni het geval.


Het buiige karakter van de neerslag zorgde er echter wel voor, in combinatie met de verharde bodem door de droogte, dat de gevallen neerslag vaak oppervlakkig afstroomde, waardoor de droogte in de bodem voort bleef duren.


De neerslag in Ukkel – gemeten in ons automatisch station - sinds april is weergegeven in volgende figuur.

 

Op andere plaatsen was de droogte nog meer uitgesproken. Als we de buien van het eind van de maand april buiten beschouwing laten, en een lijst maken van de totale neerslag van 1 mei tot heden, komen we tot volgende resultaten (de 10 droogste en de 10 natste waarden) :

 

 

Station Neerslag in de periode 01/05 – 17/07 (in mm)
Herne 27.2
Houtem 27.8
Lozen 30
Lichterveld 34.5
Zele 34.7
Kessenich/Ophoven 36.2
Beauvechain 37.1
Nieuwkerken 38
Nethen 38
Brain-l'Alleud 39.9
Frassem 162.6
Presgaux 165.2
Cheoux 168.3
Liège-Monsin 183.6
Humain 184.8
Elsenborn 212.3
Mont-Rigi 235.9
Lacuisine 249.4
Angleur 250.2
Rutten 265.4
 

In sommige gebieden is dus amper 30 mm neerslag gevallen op 2,5 maand. Voornamelijk in de Ardennen zijn er gebieden waar de gevallen neerslag tegen de normalen aanleunt (als gevolg van plaatselijk zeer hevig onweders op verschillende data in mei en begin juni 2018).

 

Om te beoordelen in welke mate de gevallen neerslag afwijkt van de normalen, wordt de SPI vaak gebruikt. Actuele en voorspelde waarden van deze droogte-index kunnen worden teruggevonden op onze website. Als men een periode van 90 dagen (SPI-3) aanschouwt, is de in deze periode gevallen neerslag op vele plaatsen uiterst weinig, vooral in de noordelijke landshelft. Maar de grilligheid van de buien zorgt ook hier voor lokale verschillen. Zo is er bijvoorbeeld nog steeds een strook te zien van Sint-Truiden over Diest en Aarschot waar de neerslagsom niet zo veel afwijkt met de normalen dankzij buien die er teisterden op het eind van de maand mei en begin juni.

 

Voor de volgende dagen verwachten we een voortzetting van het geblokkeerd patroon boven Scandinavië, soms in combinatie met ruggen van hogedruk die zich uitstrekken van de Azoren tot het hogedrukgebied boven Scandinavië. Atlantische neerslagzones worden dus alweer belemmerd om ons land te bereiken. De luchtmassa boven een groot gedeelte van West-Europa blijft nagenoeg ter plaatste en zal dag per dag verder opwarmen. Volgens de laatste vooruitzichten zou dit weertype minstens tot en met de eerste week van augustus kunnen aanhouden. Hoewel het dus lijkt dat er de komende 2 weken geen beduidende neerslag op een grote schaal zal vallen, blijven lokale onweerachtige buien wel nog tot de mogelijkheden behoren.

Door het uitblijven van grootschalige neerslag in de laatste voorspellingen, toont de voorspelling van de SPI-3 droogte-index voor het begin van volgende maand dat een groot gedeelte van het land te maken zal hebben met een droogte die een herhalingsperiode van ongeveer 50 jaar heeft. Hiermee kan de huidige droogte deze van 1976 benaderen. Deze voorspelling dient echter nog bevestigd te worden, gezien de toenemende onzekerheid van voorspellingen van die termijn.