Hoe meet het KMI de zonneschijnduur?

(update mei 2010)

 

Sinds meerdere jaren gebruikt het KMI twee verschillende instrumenten om de zonneschijnduur te meten:
een heliograaf (manueel), die bestaat uit een glazen bol waardoor het zonlicht op een papieren strook een lijn brandt en actinometrische sensoren (automatisch).

 

Heliograaf

De twee instrumenten geven verschillende waarden, waarbij de gegevens van de automatische stations hoger liggen dan deze van de heliograaf. Dit verschil kan door de reactietijd van het te langzaam brandende papier (bijvoorbeeld als het nat is) verklaard worden.
Het oudste instrument, de heliograaf, geeft sinds 1887 de waarden voor de klimatologische waarnemingen.

 

Sinds januari 2009 schakelde de klimatologische dienst officieel over naar het automatische instrument en vanaf die datum worden de gegevens van dat instrument als norm aanzien.
Hierdoor verschillen de normale en gemiddelde waarden van zonneschijnduur van voor 1 januari 2009 van deze van na deze datum.

In mei 2010, na een nieuwe analyse van de gearchiveerde gegevens, moesten de zonneschijndata in de maandelijkse klimatologische overzichten van 2009 worden aangepast: de maandelijkse waarden werden lichtjes aangepast en de normalen werden gecorrigeerd.