Bliksem

De bliksem is een elektrische ontlading die zich kan voordoen tussen een onweerswolk en de aarde, tussen wolken onderling of in de onweerswolk zelf.

Opdat er bliksem kan ontstaan moeten er in een onweerswolk eerst positieve en negatieve geladen deeltjes gevormd worden. Ten tweede moeten die positieve en negatieve deeltjes gescheiden worden. Als het potentiaalverschil voldoende groot is, treedt de ontlading op. De reden waarom er in een onweerswolk een ladingscheiding voorkomt, is een zeer ingewikkeld en nog niet geheel begrepen proces. Alleszins zal er een overschot zijn aan positieve deeltjes in de hogere delen van de onweerswolk en aan negatieve deeltjes onderaan de wolk.

 

Ladingsverdelingen tijdens een onweersituatie. Hier gaat het om een ontlading tussen de onweerswolk en het aardoppervlak. Ontladingen kunnen ook voorkomen in de wolk zelf of tussen verschillende wolken.

Donder is een gevolg van de enorme opwarming van de lucht (tot 30.000°C) in het bliksemkanaal. Er volgt een sterke uitzetting van de lucht met een geluidsgolf als resultaat. De snelheid van de donder is relatief laag en zal over 1 km ongeveer 3 seconden doen.

Bliksem kan niet alleen gevaarlijk zijn voor personen maar ook voor allerlei apparatuur zoals televisies, computers,..... Het is dus belangrijk om op voorhand te weten of er onweer op komst is. Ook na het onweer kunnen bijvoorbeeld verzekeringsmaatschappijen vragen stellen of de bliksem de oorzaak was van de schade. Een bliksemdetectiesysteem is met andere woorden belangrijk en het KMI maakt gebruik van het SAFIR-systeem. Meer uitleg vindt u onder bliksemdetectie.