Neerslag (vormen)
Volgende termen gebruikt het KMI voor de verschillende vormen van neerslag:
| Gebruikte term | Omschrijving |
|---|---|
| Motregen | Druppeltjes met een diameter van 0,1 tot 0,5 mm |
| Regen | Druppeltjes met een diameter > 0,5 mm |
| Stortregen/Wolkbreuk | Meer dan 10 mm neerslag op 5 minuten tijd |
| Aanvriezende regen | Motregen of regendruppeltjes die vallen op een bevroren oppervlak en na bevriezing ijzel vormen |
| Sneeuw | Neerslag van witte ijskristallen (bij temperaturen van 0 graden tot -15°C) |
| Driftsneeuw | Van de grond opwaaiende sneeuw |
| Stuifsneeuw | Door de wind opgejaagde, fijne sneeuw |
| Motsneeuw | Kleine ijskorreltjes (< 1mm) die vallen uit lage wolken of mist |
| Hagel (echte) | IJsdeeltjes gevormd in onweerswolken met een diameter van minstens 5 mm |
| Korrelsneeuw of stofhagel | Ondoorzichtige kleine ijsdeeltjes met een diameter kleiner dan 5 mm |
| Korrelhagel | Min of meer doorzichtige ijsdeeltjes met een diameter kleiner dan 5 mm (ook kleine hagel genoemd) |
| Regenvlaag of -bui | Neerslag van waterdruppels met een duidelijk begin en einde |
| Sneeuwvlaag of -bui | Neerslag van sneeuw met een duidelijk begin en einde |
| Stofhagelvlaag | Neerslag van stofhagel met een duidelijk begin en einde |
| Hagelvlaag | Neerslag van hagel met een duidelijk begin en einde |
| Onweer | Optreden van bliksem en/of donder, al dan niet vergezeld van neerslag |