Tropische cyclonen

Wordt bij een storing in de tropen of de subtropen een gemiddelde windsnelheid van meer dan 118 km/u (12 Bf) genoteerd, dan spreken we van tropische cyclonen. Beneden deze grens gaat het over tropische depressies en tropische stormen.

Tropische cyclonen hebben verschillende lokale namen met als bekendste Hurricanes (orkanen) in de Atlantische Oceaan en het oostelijk deel van de Grote Oceaan, en Tyfoons (westelijk deel van de Grote Oceaan).

De kracht van tropische cyclonen wordt op verschillende manieren ingedeeld. Een bekende schaal is die van Saffir-Simpson, die vooral gebruikt wordt in de VS (hier wordt de gemiddelde snelheid over 1 minuut genomen en niet over 10 minuten zoals bij de Beaufortschaal). Bij deze schaal is er sprake van 5 categorieën. Categorie 5, de allerzwaarste, heeft een gemiddelde snelheid over 1 minuut van meer dan 250 km/u! Rukwinden kunnen zelfs oplopen tot 350 km/u.

Enkele kenmerken:

  • Tropische cyclonen ontstaan in de tropische zeeën met watertemperaturen van minstens 26°C. Nabij de evenaar vormen er zich geen cyclonen omdat de corioliskracht hier nul is.
  • Op het noordelijk halfrond zijn ze vooral van augustus tot november actief.
  • Hun gemiddelde doorsnede bedraagt 300 tot 1.000 km. Het "oog" heeft meestal een diameter tussen 15 en 50 km.
  • De recordlaagte van de druk is 870 hPa, gemeten in 1979 nabij Guam (eilandje in de Grote Oceaan op 10° NB).
  • Zij verzwakken zeer snel als ze op het land komen door de wrijving en het lagere vochtgehalte.
  • Niet alleen de wind is vernietigend, ook zware regens, vloedgolven en modderstromen veroorzaken enorme problemen.

 

 

 

De beruchte orkaan Katrina was tijdelijk categorie 5 en kwam aan land als categorie 4. Ondermeer in New Orleans was de schade catastrofaal. Beeld van 28 augustus 2005 (bron NOAA)