Bliksemdetectie met het SAFIR systeem

Het KMI verstrekt naast algemene ook specifieke informatie over de bliksemactiviteit in België. In dit overzicht lichten we kort de twee diensten toe waarop u beroep kunt doen: het SAFIR-bliksemdetectiesysteem en de bliksemwaarschuwingsdienst via sms (sms-SAFIR).

In augustus 1992 heeft het KMI een systeem, SAFIR, geïnstalleerd dat toelaat om in reële tijd zowel bliksemontladingen binnen of tussen de wolken als tussen de wolken en de aarde te lokaliseren, en dit met een nauwkeurigheid van 1 à 2 km.

Net zoals een radiozender zendt een bliksemontlading ook elektromagnetische golven uit, maar dan wel in een zeer breed frequentiespectrum. SAFIR is in staat deze uitgezonden golven te onderscheiden van andere radiogolven en zo de bliksemontladingen te detecteren. Doordat SAFIR zowel de laagfrequente als hoogfrequente signalen kan opvangen, worden zowel de blikseminslagen naar de grond als de ontladingen hoog in de wolken gedetecteerd. Omdat onweer vaak begint met enkel wolkontladingen, wordt het door SAFIR dus vanaf het prille begin opgespoord.

Om de exacte locatie van de bliksemontladingen te bepalen wordt gebruik gemaakt van 4 speciale antennes, die zich op verschillende plaatsen in ons land bevinden (te Dourbes, Oelegem, in de omgeving van Doornik en aan de afdamming van de Gileppe). Elk van deze antennes detecteert de ontlading, maar telkens vanuit een andere hoek. Uit deze informatie kan de richting en locatie van iedere bliksemontlading worden bepaald, en dat met een geografische nauwkeurigheid van 1 à 2 km.

SAFIR registreert de onweersactiviteit 24h op 24 zodat wij over een doorlopend archief beschikken met blikseminformatie. Wij kunnen u dus vertellen waar en wanneer precies er onweer voorkwam in België sinds 1993. Deze informatie kan van bijzonder nut zijn in geval van schade veroorzaakt door een blikseminslag.

 

Wat kan ik zien op een bliksemkaart?

Indien u dat wenst staven we ons antwoord op uw vraag of er op een bepaalde plaats en op een bepaald tijdstip een onweer heeft plaats gevonden met een bliksemkaart waarop al de ontladingen te zien zijn in de door u aangegeven regio en tijdspanne. In onderstaande afbeelding ziet u een voorbeeld van zo'n lokalisatiekaartje. De blikseminslagen worden aangeduid door cirkeltjes, de wolkontladingen door streepjes. Het centrum van de kaart is ofwel het centrum van de opgegeven gemeente, ofwel (indien specifiek opgegeven) de precieze plaats van de vermoede blikseminslag. Op de kaart worden ondermeer de gemeentegrenzen weergegeven, alsook de waterlopen en enkele afgekorte namen van steden of gemeenten als referentie.

Het tijdstip wordt weergegeven aan de hand van kleuren. Op onderstaand voorbeeld zijn de ontladingen oranje gekleurd, waaruit aan de hand van de kleurenbalk kan worden afgeleid dat deze ontladingen zich voordeden tussen 18 uur en 22 uur UT. De vermelde tijden zijn allen in universele tijd (UT). Om de tijd in lokale tijd te kennen dient u in geval van de wintertijd daar 1 uur bij te tellen en 2 uur wanneer het zomeruur geldt. Dus: 5 uur UT in de zomer is gelijk aan 7 uur lokale tijd en 22 uur UT in de winter komt overeen met 23 uur lokale tijd.

 

Sinds het voorjaar van 2004 kunt u beroep doen op een nieuwe dienst van het KMI. Per SMS kunt u verwittigd worden wanneer er een onweer actief is in een door u aangegeven streek of plaats. Het systeem maakt gebruik van de realtime informatie afkomstig van SAFIR.

In een bepaald gebied worden enkele wolk-wolkontladingen door SAFIR gelokaliseerd. Deze ontladingen worden geprojecteerd op een denkbeeldig rooster die België verdeeld in vierkanten van 3 op 3km. Met behulp van algoritmes wordt een contour berekend waarin alle ontladingen van tijdsdeel T zijn begrepen. De contour wordt vervolgens ingevuld en de computer duidt deze zone aan als waarschuwingsgebied.

 

Rond deze zone wordt een bijkomende zone van 9km breed berekend, blauw in de afbeelding, die aangeduid wordt als risicozone. Op het tijdstip T+1, ttz 30 seconden later, worden de nieuwe wolk-wolkontladingen aan de berekening toegevoegd en wordt zodoende een nieuwe gevarenzone en een bijhorende risicozone bepaald. Afhankelijk van de situatie worden de eerste ontladingen eventueel niet meer gebruikt bij de berekening. Daarnaast en bovendien berekent de computer met deze gegevens eveneens de snelheid van en de richting waarin het onweer zich verplaatst (hier voorgesteld door een pijl).

 

Hieruit kan de computer de positie van het onweer voor de komende 30 minuten extrapoleren en gaat de regio dat het onweer en de geëxtrapoleerde zone vervat als risicozone bepalen. Alle abonnees die voor die zone in aanmerking komen zullen een voorwaarschuwing krijgen. Zij die zich in de rode zone bevinden krijgen een waarschuwingsbericht Om de 30 worden de gegevens geactualiseerd. Uiteraard krijgen de reeds verwittigde personen niet telkens een nieuwe waarschuwing. Enkel als de situatie verandert, door bijvoorbeeld de ontwikkeling van een tweede onweerszone, wordt de abonnee opnieuw verwittigd.

 

Na een zekere tijd die kan variëren tussen enkele minuten tot een kwartier kunnen de eerste wolk-grondontladingen ontstaan. Deze worden eveneens in de berekeningen voor het determineren van de gevarenzone, de snelheid en richting van het onweer gebruikt Dit proces is van toepassing op frontale onweren. Een variatie hierop is van toepassing op convectieonweders. Dit soort onweren verplaatst zich nagenoeg niet. Ze nemen daarentegen in omvang toe om daarna in de omgeving waarin ze zijn ontstaan opnieuw af te zwakken en te verdwijnen.

 

De eerste wolk-wolkontladingen bepalen de waarschuwingszone en eveneens de 9km risicozone er rond. Op het tijdstip T+1 zal de risicozone worden geactualiseerd waarbij de onweerszone toegenomen zal zijn en de risicozone eveneens zal worden vergroot. Tezelfdertijd zal de computer ruimtelijke onweerszone extrapoleren naar de volgende 30 minuten. Om de 30 seconden wordt dit proces herhaald.

Er kunnen zich evenwel speciale gevallen voordoen zoals, bijvoorbeeld, tijdens de winter als de onweren maar weinig wolk-wolkontladingen ontwikkelen en er zelden of nooit dergelijke ontladingen plaatsvinden vóór de eerste wolk-grondontlading. Hierbij zal men dan de waarschuwing ongeveer gelijktijdig krijgen met de inslag zelf. Hierop reageert de computer door onmiddellijk het beschreven proces op te starten, hoofdzakelijk gebruikmakende van de wolk-grondontladingen. Gebruikers van het sms-systeem die zich niet ver van de verplaatsingsrichting van het onweer bevinden kunnen nog profiteren van een voorwaarschuwing van enige minuten.

De donderslagen die gepaard gaan met stortbuien zijn ook een bijzonder geval omdat er meestal maar één geïsoleerde ontlading betreft. De voorwaarschuwing is bijgevolg zeer kort of de waarschuwing komt gelijktijdig met de donder.

Indien er na 30 minuten geen nieuwe ontladingen hebben plaatsgevonden in de waarschuwingszone, ontvangt de abonnee een einde-waarschuwingsbericht.

Verder kan vermeld worden dat, afhankelijk van de aard van het landschap en het directe zicht op verder afgelegen wolkenvelden de donder soms tot 20km ver kan gehoord worden en er weerlichten kunnen gezien worden tot op méér dan 100km afstand.

Het is mogelijk zich te abonneren voor meer dan één plaats en voor meer dan één gsm-nummer.

Op de onderstaande afbeelding ziet u een voorbeeld van een waarschuwingsgebied zoals SAFIR-SMS het detecteert tijdens een onweersbui. Al de gebieden in de rode zone krijgen een waarschuwing, de gebieden in de blauwe zone een voorwaarschuwing.

 

Hieronder is weergegeven hoe het definiëren van een waarschuwingsgebied gebeurt. In dit voorbeeld wenst iemand uit St-Niklaas gewaarschuwd te worden voor naderend onweer. Wij bedekken de gemeente met waarschuwingsvakjes van 3 op 3 km (er voor zorgende dat de ganse gemeente ruim bedekt is (rode omkadering).

 

Standaard zorgen wij ervoor dat de bedekte zone ruim genoeg genomen wordt, maar u bent vrij te kiezen om de zone nog groter te maken. Let wel: hoe grote de zone, hoe meer valse waarschuwingen u kan ontvangen voor onweersbuien die u nooit zullen bereiken.