UPDATE: Het KMI volgt de evolutie van de bosbranden in de omgeving van Tsjernobyl nauwgezet op

Sinds 3 april zijn er bosbranden gemeld in de besmette zone rond Tsjernobyl. KMI-wetenschappers volgen samen met wetenschappers van het Studiecentrum voor Kernenergie  (SCK CEN) en het Federale Agentschap voor Nucleaire Controle  (FANC) de evolutie van de branden nauwgezet op.

In de omgeving van Tsjernobyl zijn verhoogde stralingsniveaus gemeten, wat erop wijst dat radioactief materiaal door de bosbranden opnieuw is verspreid. Dat radioactief materiaal is voornamelijk cesium-137 (Cs-137) en is sinds de kernramp in 1986 over een zeer uitgestrekt gebied aanwezig rond de kerncentrale. Door de bosbranden kan een deel van dit cesium opnieuw in de atmosfeer terechtkomen. Er is dan ook bezorgdheid of die radioactieve deeltjes samen met de rookpluim getransporteerd kunnen worden buiten de vervreemdingszone rond de kerncentrale.

In België volgt het FANC de radioactiviteit en radioactieve straling in het leefmilieu continu op. Een dicht netwerk van detectoren over het hele land waakt over mogelijk verhoogde concentraties radioactieve stoffen in lucht en water die een risico zouden kunnen vormen voor de volksgezondheid. Daarnaast nemen SCK CEN en het Nationaal Instituut voor Radio-elementen (IRE) in opdracht van het FANC regelmatig monsters die geanalyseerd worden in de laboratoria.

Model berekent de verspreiding van radioactieve stoffen

De verspreiding van radionucliden in de atmosfeer kan worden gesimuleerd met behulp van atmosferische transport- en dispersiemodellen. Deze modellen maken gebruik van numerieke weergegevens (zoals windsnelheid en windrichting) en geven ons informatie over de mogelijke radionuclidenconcentraties op elke plaats en elk tijdstip. De numerieke weersvoorspellingsgegevens zijn afkomstig van het Europees Centrum voor Weersverwachtingen op Middellange Termijn (ECMWF). Op basis van satellietbeelden waarop de bosbranden te zien zijn, werd de locatie waar Cs-137 vrijgezet wordt naar de atmosfeer bepaald. In samenwerking met de experten van het SCK CEN heeft het KMI met behulp van het operationele dispersiemodel het transport van deze rookpluim berekend.

De resulterende berekeningen van het atmosferische transport en de verspreiding geven inzicht in de manier waarop de rookpluim met Cs-137 door de atmosfeer beweegt. Zoals te zien is in de animatie hieronder, verspreidt de pluim zich met de heersende wind. Bovendien vermengt de pluim zich in de atmosfeer tijdens het transport, waardoor de concentraties verdund worden naarmate de afstand tot de bosbranden toeneemt. Dit proces heet dispersie. De pluim verspreidt zich zowel in de horizontale als verticale richting.

Waarnemingen van radioactieve stoffen

Naast het modelleren zijn ook goede metingen van groot belang om de situatie in te schatten. Hierbij moet een onderscheid worden gemaakt tussen twee verschillende meetsystemen: enerzijds zijn er de online metingen in het kader van radiologisch toezicht en noodplanning (zoals het TELERAD-netwerk van het FANC) waarbij een snelle en betrouwbare meting voorop staat, met detectielimieten die toelaten potentieel gevaarlijke concentraties op te sporen. Anderzijds bestaan er meetsystemen waarbij het resultaat pas enkele dagen later beschikbaar is, maar die veel lagere concentraties kunnen meten. Een voorbeeld van dat laatste zijn de stations van het Internationale Monitoringsysteem (IMS) dat gebruikt wordt om na te gaan of het kernstopverdrag wereldwijd nageleefd wordt. De metingen daarvan worden dagelijks opgevolgd door onze collega’s van het SCK CEN en kunnen ook informatie geven over de vrijgekomen hoeveelheden Cs-137 tijdens de bosbranden.

Op basis van de gemeten hoeveelheden Cs-137 in de lucht op verschillende plaatsen en de dispersieberekeningen van de Cs-137 wolk, is het mogelijk om de totale hoeveelheid vrijgekomen Cs-137 in te schatten die in de atmosfeer is terechtgekomen tijdens de bosbranden. Die informatie kan dan weer gebruikt worden om een meer nauwkeurig beeld te krijgen van de Cs-137 concentraties in de lucht.

Geen gezondheidsrisico's

Op dit moment zijn er reeds enkele detecties op het IMS, die mogelijk in verband kunnen worden gebracht met de bosbranden. Deze detecties duiden echter op bijzonder lage concentraties die geen gevaar vormen voor de gezondheid. Op basis van deze studie lijkt het waarschijnlijk dat er ook de komende dagen nog sporen van Cs-137 op grote afstanden worden gemeten, zonder dat er gezondheidsrisico's aan verbonden zijn.

Tot vandaag zijn er nog steeds bosbranden in Oekraïne en nieuwe detecties van sporen van Cs-137 zijn niet uitgesloten. Deze studie toont aan dat de hoeveelheden radioactiviteit in de lucht door de bosbranden rond Tsjernobyl in West en Centraal Europa extreem laag zijn en geen enkel gezondheidsrisico vormen.

 

Meer informatie over de bosbranden, detecties en atmosferische verspreiding kan je terugvinden in het artikel op de website van het SCK CEN gepubliceerd op hun website.

Het FANC, het SCK CEN, en het KMI blijven deze situatie op de voet opvolgen.