Het Koninklijk Meteorologisch Instituut (KMI), het Centrum voor Risicobeoordeling van Klimaatverandering (CERAC) en het Belgisch Klimaatcentrum (BCC) brengen Verhalen over Toekomstig Weer (Tales of Future Weather in het Engels), een nieuwe manier om klimaatwetenschap om te zetten in sprekende scenario’s over de impact en voorbereiding op extreme weersomstandigheden in België. Het doel is om toekomstige risico’s concreet in beeld brengen zodat het land zich beter kan voorbereiden.
Hoe moeten we ons voorbereiden op ongezien extreem weer?
Dat is de kernvraag in de Verhalen over Toekomstig Weer (of Tales of Future Weather in het Engels). Met een nieuwe invalshoek, vertellen deze fictieve, maar realistische verhalen over toekomstig extreem weer en de directe impact ervan op de samenleving in de vorm van fictieve persartikels, met getuigenissen, meteorologische gegevens en reacties uit het werkveld. Zij beschrijven een klimaatextreem zoals het zich in de toekomst zou kunnen voordoen, bij een globale opwarming van +2°C in vergelijking met het pre-industriële tijdperk. Zo maken ze de mogelijke gevolgen van extreem weer tastbaar.
Met deze verhalen willen we een aanzet geven tot reflectie en sensibilisatie ten aanzien van klimaatrisico’s, intersectoraal dialoog bevorderen en beleidsmakers ondersteunen. Dit moet bijdragen aan een proactieve versterking van de Belgische weerbaarheid dankzij een betere voorbereiding op klimaatextremen.
Fictieve verhalen gebaseerd op wetenschappelijke gegevens
Deze verhalen maken klimaatprojecties, die vaak als te abstract of onrealistisch worden beschouwd, concreet en tastbaar. Hoewel de inhoud fictief is, is ze uitsluitend gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, robuuste gegevens uit klimaatprojecties en historische archieven van natuurrampen. Ook de getuigenissen zijn geïnspireerd op werkelijke gebeurtenissen die zich in België of elders in de wereld reeds hebben voorgedaan.
Een methode die haar waarde heeft bewezen
In 2025 voerde het KMI een pilootproject uit rond hittegolven en hun impact op steden. Een dertigtal verhalen (gebracht in de vorm van persartikels) werden opgesteld door experts, waarmee de mogelijke gevolgen voor een brede waaier aan sectoren werden beschreven. De verzameling persartikels werd voorgesteld tijdens een bijeenkomst met vertegenwoordigers van verschillende Belgische steden en werd erkend als een concreet instrument om de noodplanning beter voor te bereiden, de aanpassing aan klimaatrisico’s te ondersteunen en de weerbaarheid van onze samenleving tegen ongeziene weersomstandigheden te versterken.
Een samenwerking tussen drie federale instellingen
Om deze tool verder te kunnen ontwikkelen voor verschillende klimaatextremen en uiteenlopende sectoren, was de aanvullende expertise van het Centrum voor Risicobeoordeling van Klimaatverandering (CERAC) en het Belgisch Klimaatcentrum (BCC) noodzakelijk. Deze nieuwe federale samenwerking is onlangs van start gegaan en heeft als doel de resultaten van het pilootproject verder te versterken en andere klimaatextremen en hun gevolgen te onderzoeken, zoals extreme neerslag of langdurige droogte. De selectie aan klimaatrisico zal gebaseerd worden op de resultaten van het CERAC-rapport (BCRA) dat in 2025 werd gepubliceerd. Het project richt zich in de eerste plaats op beleidsmakers, terreinactoren en sectoren die bijzonder kwetsbaar zijn voor klimaatrisico’s, zoals de gezondheidszorg, infrastructuur, crisisbeheer, de economie en de landbouw.
Steven Caluwaerts, van het Koninklijk Meteorologisch Instituut, die het project initieerde: “Extreem weer heeft een gigantische menselijke en economische impact op onze maatschappij. Met deze samenwerking willen we ons land helpen voorbereiden op toekomstige extremen die ons de komende decennia mogelijk te wachten staan. De recente oefeningen in verschillende steden gebaseerd op onze pilot over een toekomstige hittegolf tonen dat deze aanpak op een zeer concrete impact kan bijdragen tot een weerbaardere samenleving.”
Directeur van CERAC, Luc Bas, legt uit: ‘Door de risico’s concreet te maken wordt duidelijk dat een extreme klimaatgebeurtenis een trigger betekent voor de maatschappij. Ze stellen ons in staat om onze collectieve adaptieve capaciteit te testen, en te duiden in welke domeinen er nog werk aan de winkel is om onze weerbaarheid te versterken.
Kobe Vandelanotte, klimaatwetenschapper bij het BCC, onderlijnt eveneens: ‘Deze verhalen zijn fictie, maar ze steunen op een wetenschappelijke basis. Het komt erop aan om, uit tienduizenden gesimuleerde jaren, een zomer te selecteren die zowel extreem als plausibel is en representatief voor wat België in de nabije toekomst zou kunnen overkomen. Het is die wetenschappelijke verankering die de klimaatrisico's tastbaar maakt voor wie zich erop moet voorbereiden.’.
Dit project is een samenwerking tussen drie instellingen die elk hun eigen expertise aanbrengen:
Het KMI, initiator van het project: zorgt voor de wetenschappelijke basis en verschaft de meteorologische en klimatologische basis voor elk verhaal.
CERAC: integreert de gegevens van het KMI in een globale analyse over klimaatrisico’s in België en draagt bij aan de coördinatie.
BCC: waarborgt de wetenschappelijke kwaliteit dankzij zijn wetenschappelijk netwerk en stelt middelen en strategische expertise ter beschikking.