Voorspellingen van het weer onmisbaar in de strijd tegen natuurbranden

Sinds zaterdag geven de voorspellers van het KMI drie keer per dag een specifiek weerbericht voor de Hoge Venen tijdens het Waals crisisoverleg (CELEX).

Waarom zijn voorspellingen zo belangrijk? Je zou verwachten dat een brand zich enkel uitbreidt in de richting van de wind, maar dat is niet altijd het geval. De windrichting is meestal een belangrijke factor, maar een natuurbrand kan zich ook zijwaarts of zelfs gedeeltelijk tegen de wind in uitbreiden. Vooral bij sterke wind en hellend terrein kan het voortplantingspatroon van een vuurfront behoorlijk complex zijn, waarbij onder meer opwaartse krachten (buoyancy in het Engels) en windschering een rol spelen.

In de Hoge Venen was er dit weekend zelfs sprake van vuurvoortplanting in tegengestelde richting van de wind. Hoewel de lage windsnelheid de uitbreiding van de brand niet heeft versterkt, bemoeilijkte ze wel de positionering van de brandweer tegenover het voortdurend veranderende vuurfront.

Bovendien kon het KMI aan de hand van een dispersiemodel de uitbreiding en verplaatsing van de rookpluim simuleren. Hoge concentraties fijnstof werden door de simulatie voorspeld. Vervolgens bleek ook dat de hoogte van de rookpluim, gemeten door de lidar-ceilometer in Diepenbeek, nauw overeenkwam met de hoogte die door de simulatie was voorspeld.

Het KMI is ook in contact met Professor Jan Baetens, de bezieler van het Belgian Wildfire Network en voorziet hem van weersverwachtingen om in zijn experimenteel brandvoorplantingsmodel te stoppen. Hij krijgt ook alle verwachtingen en weerbriefings van de weerkamer. Het kadert in een samenwerking die het KMI verder wenst te verdiepen nu natuurbranden meer en meer voorkomen en er duidelijk ook in dit domein een belangrijke rol voor het KMI als veiligheidsinstituut is weggelegd.

Simulatie aan de hand van een dispersiemodel. De simulatie laat zien dat de windrichting veranderlijk is en dat zeer hoge concentraties voorspeld worden dicht bij de natuurbrand.

Hoe kon het natste gebied van België een brandhaard worden?

In de Hoge Venen is niet alleen het veenmos verwoest, maar gaat ook een enorme hoeveelheid opgeslagen koolstof verloren in de vorm van CO₂. De brand is het gevolg van uitzonderlijke droogte, maar ook van twee eeuwen drainage ten behoeve van de bosbouw.

De regen die dinsdagochtend valt, biedt enige verlichting in de Hoge Venen. Toch zal de neerslag naar verwachting niet volstaan om het vuur echt onder controle te krijgen.

Rook voornamelijk in de Famenne en Ardennen, in mindere mate zelfs tot in Ukkel

Een deel van de rookpluim in de lagere luchtlagen treft op zondag 16 augustus voornamelijk de regio's Famenne en Ardennen, terwijl een deel van de pluim op grotere hoogte (rond 1500 m) gevangen zit in een zone met zeer sterke windschering (verandering van windrichting met de hoogte); hierdoor verplaatst dit deel zich richting de provincie Limburg en, in mindere mate, het centrale deel van het land, waar het lidar ceilometer in Ukkel met behulp van het algoritme CONIOPOL een rooklaag op dezelfde hoogte heeft waargenomen.

De lichtblauwe zone op 1500m geeft de waargenomen rookpluim in Ukkel op zondag 16 augustus weer.

Cookies opgeslagen