Ronald Van der Linden (KSB) neemt ad interim de algemene leiding op van het KMI op

Vanessa Matz, minister van Modernisering van de Overheid, belast met Wetenschapsbeleid, vertrouwt Ronald Van der Linden, algemeen directeur van de Koninklijke Sterrenwacht van België (KSB), de opdracht toe om vanaf 1 oktober 2026 ad interim de algemene leiding van het Koninklijk Meteorologisch Instituut van België (KMI) op zich te nemen.

De directeur van het KSB Ronald Vanderlinden (rechts) en de directeur Daniel Gellens van het KMI (links).

Daniel Gellens, algemeen directeur van het KMI sinds 2011, legt op 1 oktober zijn functie neer om met pensioen te gaan. Om de continuïteit van de leiding van het Instituut te verzekeren, heeft Vanessa Matz Ronald Van der Linden gevraagd om deze functie ad interim op te nemen, naast zijn verantwoordelijkheden aan het hoofd van de KSB. Binnen de Sterrenwacht zal de organisatie worden aangepast om de continuïteit van de werking van beide instellingen te garanderen.

“Ik ben erg blij dat Ronald Van der Linden deze opdracht heeft aanvaard. Als algemeen directeur van de Koninklijke Sterrenwacht van België sinds 2005 kent hij de Federale Wetenschappelijke Instellingen en hun uitdagingen goed. Zijn wetenschappelijke loopbaan en zijn ervaring aan het hoofd van de KSB zijn belangrijke troeven om de teams van het KMI te begeleiden en de continuïteit van zijn opdrachten tijdens deze overgangsperiode te verzekeren, in het kader van de hervorming van het Wetenschapsbeleid”, verklaart Vanessa Matz.

Als astrofysicus trad Ronald Van der Linden in 2000 in dienst bij de Koninklijke Sterrenwacht van België als onderzoeker bij de afdeling zonnefysica. In 2004 werd hij senior onderzoeker en afdelingshoofd, waarna hij in mei 2005 werd benoemd tot algemeen directeur van de KSB.

Dankwoord aan Daniel Gellens

De minister Vanessa Matz tijdens een bezoek aan het KMI in augustus 2026, met de directeur Daniel Gellens van het KMI rechts in beeld.

Minister Vanessa Matz wil ook Daniel Gellens hartelijk bedanken voor ruime vijftien jaar die hij aan het hoofd van het KMI heeft doorgebracht en voor zijn inzet voor de wetenschappelijke en internationale ontwikkeling van het Instituut.

“Gedurende zijn hele loopbaan bij het KMI heeft Daniel Gellens bijgedragen aan de ontwikkeling van het Instituut en aan de versterking van zijn positie binnen de Europese wetenschappelijke samenwerking. Onder zijn leiding heeft het KMI zijn Europese samenwerkingen op het vlak van numerieke weersvoorspelling en meteorologische waarnemingen verder uitgebouwd. Hij heeft ook bijgedragen aan de versterking van de wetenschappelijke expertise die ons land nodig heeft om de evolutie van ons klimaat en de gevolgen ervan in België beter te begrijpen. Ik wil hem oprecht bedanken voor zijn inzet en voor het werk dat hij aan het hoofd van het KMI en ten dienste van de wetenschap heeft verricht. Ik wens hem een heel mooi pensioen.”

Een nieuwe organisatie van het federale wetenschapslandschap

De hervorming van het Wetenschapsbeleid, waarvan de volledige uitvoering gepland is tegen 1 januari 2028, voorziet in een nieuwe organisatie van de tien Federale Wetenschappelijke Instellingen rond twee thematische entiteiten: “Aarde en Ruimte” en “Kunst en Erfgoed”.

Het KMI en de Koninklijke Sterrenwacht van België zullen samen met het Koninklijk Belgisch Instituut voor Ruimte-Aëronomie (BIRA) en het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN) deel uitmaken van de entiteit “Aarde en Ruimte”. Deze groepering moet de samenwerking versterken tussen instellingen met complementaire wetenschappelijke opdrachten.

De hervorming voorziet daarnaast in een geleidelijke bundeling van bepaalde ondersteunende taken. Zo kunnen de FWI zich meer concentreren op hun wetenschappelijke opdrachten, het behoud en de valorisatie van het federale erfgoed en de federale collecties, en hun dienstverlening aan het publiek. Elke instelling behoudt daarbij haar eigen identiteit en specificiteit.

“Met de hervorming van de Federale Wetenschappelijke Instellingen willen we de middelen die aan deze instellingen worden toegekend beter inzetten. Waar ondersteunende taken kunnen worden gebundeld, moeten we dat doen. Zo kunnen we schaalvoordelen realiseren, dubbel werk vermijden en middelen vrijmaken voor de kernopdrachten van deze instellingen: onderzoek, wetenschappelijke expertise, het behoud en de valorisatie van ons erfgoed en de dienstverlening aan het publiek. Door instellingen met complementaire opdrachten dichter bij elkaar te brengen, willen we bovendien nieuwe synergieën creëren en hun slagkracht versterken”, besluit Vanessa Matz.

Cookies opgeslagen