Nieuws en info

Regenbui

Buien vallen uit wolken die een gevolg zijn van convectie en komen voor in een onstabiele luchtmassa. De belangrijkste convectieve wolken zijn cumulus en cumulonimbus. Buien zijn veelal relatief kortdurend, doorgaans minder dan een uur. De doortocht van een bui gaat vaak gepaard met intense neerslag, waarbij er ook (korrel)hagel kan vallen. Bij sterk uitgebouwde buien kan er ook onweer voorkomen. Dit in tegenstelling tot klassieke neerslagzones die vaak verbonden zijn aan fronten en een eerder gematigd neerslagverloop kennen.

Wanneer het buiig is wordt ook gesproken van wisselvallig weer. Hiermee bedoelt men dat er naast buien ook droge perioden voorkomen, soms zelfs met vrij brede opklaringen. Buien hebben de neiging om vooral in de namiddag en de avond tot ontwikkeling te komen, op het ogenblik dat de onderste luchtlagen het warmst zijn. Maar dat is zeker geen algemene regel want buien kunnen ook 's nachts en in de voormiddag ontstaan, vooral dan als het gaat om buienlijnen.

In het najaar vallen er meer buien in de kustgebieden omdat het zeewater dan nog lange tijd vrij warm blijft (het zeewater verandert veel langzamer van temperatuur als het landoppervlak). Vooral wanneer er noordelijke polaire lucht over de Noordzee stroomt kunnen de buien talrijk en onweerachtig worden. In de lente en de vroege zomer vallen er dan globaal genomen weer minder buien aan zee omdat het zeewater nog relatief koud is maar het binnenland al flink kan opwarmen.
Met de term winterse buien bedoelen we een mengeling van regen, (smeltende) sneeuw en soms ook korrelhagel of korrelsneeuw. Deze buien kunnen ook vallen in maart en april en dan spreekt men over voorjaarsbuien of over maartse buien en aprilse grillen.

Een bui in de verte. Bij wisselvallig weer zijn er niet alleen stapelwolken maar ook droge perioden

Een bui in de verte. Bij wisselvallig weer zijn er niet alleen stapelwolken maar ook droge perioden